Beleggen in 2026: in privé of in de BV?

Vanaf 1 januari zou de belasting op beleggingen in box 3 flink omhoog gaan. Gelukkig is dat plan op de valreep teruggetrokken. Beleggen in box 3 kan nog steeds heel aantrekkelijk zijn. Ook voor DGA-ondernemers liggen er kansen.
Als je een BV hebt kun je er ook voor kiezen om in de BV te gaan beleggen. Je kunt genieten van belastinguitstel. Ook zijn verliezen mogelijk verrekenbaar. Hoe maak je de juiste afweging? Er is zoveel om rekening mee te houden.


In dit artikel wil ik je helpen in de afweging tussen beleggen in privé of in de BV.

Ik ga er vanuit dat het geld op dit moment in de BV zit, en dat het geld verdiend is in de BV. Dat betekent dat als je het geld naar privé wilt halen, je nog box 2 belasting moet betalen.

Beleggen in de BV in 2026

Wanneer je vermogen opbouwt binnen een besloten vennootschap (BV), krijg je te maken met twee belastingniveaus:

  1. Vennootschapsbelasting (VPB) – over de winst van de BV, dus ook over het beleggingsrendement (huur, rente, dividenden, koerswinsten).
  2. Inkomstenbelasting in box 2 – over het dividend dat je als aandeelhouder aan jezelf uitkeert.

Tarieven 2026 voor beleggen in de BV

Vennootschapsbelasting (VPB):

  • 19% over de eerste € 200.000 winst
  • 25,8% over de winst boven € 200.000

Inkomstenbelasting (box 2):

  • 24,5% over de eerste € 68.843 dividend per persoon (€ 137.686 met fiscaal partner)
  • 31% over het meerdere

De totale belastingdruk (VPB + box 2) komt daarmee uit op:

  • ca. 38,8% bij de lage tarieven
  • ca. 48,8% bij de hoge tarieven

Voorbeeld:
Behaal je 8% rendement in de BV en keer je dat volledig uit naar privé, dan betaal je effectief circa 3,1% belasting over het rendement.


Voordelen van beleggen binnen de BV

1. Uitstel van belastingheffing

Een groot voordeel is dat je belastingheffing kunt uitstellen. Over koerswinsten betaal je pas belasting zodra je verkoopt. Laat je de winst binnen de BV staan in plaats van uit te keren, dan vermijd je (voorlopig) box 2-heffing.
Zo houd je meer kapitaal over om te herinvesteren — waardoor het rendement-op-rendement-effect sterker werkt, vooral bij een lange beleggingshorizon.

2. Aftrekbare kosten en verliesverrekening

Kosten die verband houden met je beleggingen – zoals advies-, beheer- en transactiekosten – zijn aftrekbaar van de winst.
Bovendien kun je verliezen (onder voorwaarden) verrekenen met winsten uit andere jaren.
Dit dempt de belastingdruk in jaren met lagere of negatieve rendementen.

3. Fiscaal gunstige vermogensoverdracht

Beleggen via een holdingstructuur kan ook interessant zijn voor schenking of nalatenschap.
Zo kun je bijvoorbeeld aandelen (of certificaten via een STAK) overdragen aan je kinderen.
Afhankelijk van de situatie kan dit voordelig uitpakken voor de schenk- en erfbelasting, mits goed gestructureerd. Meer informatie vind je hier.
Dit vereist maatwerkadvies.

Beleggen in privé (box 3)

Vermogen onder het heffingsvrije vermogen

In box 3 betaal je geen belasting zolang je vermogen onder het heffingsvrije vermogen blijft.
In 2026 is dat € 59.357 per persoon of € 118.714 met fiscaal partner.

Bezittingen en schulden worden met elkaar verrekend.

Voorbeeld: bij € 1 miljoen aan bezittingen en € 960.000 aan schulden blijft een belastbaar vermogen over van € 40.000 — dus geen box 3-heffing.

Lenen van je BV om privé te beleggen

DGA’s kunnen ook gebruikmaken van de mogelijkheid om te lenen van de eigen BV.
Dat kan aantrekkelijk zijn wanneer je in de BV vermogen hebt, maar in privé (nog) geen box 3-vermogen.

Voorbeeld:
Je leent € 250.000 van je BV en belegt dit privé in aandelen met 8% rendement.
Je hebt in box 3 dan € 250.000 bezittingen en € 250.000 schulden, dus per saldo geen belasting (onder het heffingsvrije vermogen).

Je betaalt wel rente aan je BV, bijvoorbeeld 4,5%.
De BV betaalt dan belasting over die 4,5% rente, niet over het hogere rendement dat jij privé behaalt.
Bij een effectieve belastingdruk in de BV van 38,85% betaal je dan circa € 4.371 in plaats van € 7.770 belasting.

Let op:

  • Dit werkt alleen zolang je privé onder het heffingsvrije vermogen blijft.
  • De lening moet zakelijk zijn: je moet rente betalen en kunnen aflossen.
  • In box 3 is er geen mogelijkheid tot verliesverrekening zoals in de BV.
  • Houd rekening met de Wet Excessief Lenen: je mag maximaal € 500.000 lenen van je BV (exclusief eigenwoningschuld).

Vermogen boven het heffingsvrije vermogen

Wordt je vermogen hoger dan het heffingsvrije bedrag, dan geldt in box 3 een fictief rendement.
In 2026 stijgt dit forfait voor beleggingen naar 6%, met een belastingtarief van 36%.
Dat betekent een effectieve belastingdruk van ongeveer 2,16% per jaar op je beleggingsvermogen.

Per 2028 wordt het stelsel naar verwachting herzien, waarbij de belasting wordt geheven over het werkelijk behaalde rendement.

Cherrypicking in box 3

Als je in werkelijkheid een lager rendement hebt, kan je een formulier indienen met onderbouwing van je lagere rendement. De belastingdienst gaat dan uit van de laagste van de twee (forfaitair of werkelijk rendement).

Per jaar kun je kiezen of je wilt afrekenen op basis van de forfaitaire rendementen of het werkelijk rendement. Dit biedt kansen om te cherrypicken.

Rekenvoorbeeld

Stel dat je in 2026 25% rendement maakt over je beleggingen. Dan kun je kiezen voor het forfaitaire stelsel en betaal je belasting over een rendement van 6%. Per saldo betaal je 2,14% belasting in 2026. En stel dat in 2027 het rendement 0 is. Dan kun je een beroep doen op de tegenbewijsregeling en wordt er afgerekend op basis van het werkelijk rendement en betaal je niets.

Per saldo heb je over twee jaar 25% winst en betaal je 2,16% belasting. In de BV betaal je uiteindelijk belasting over de hele 25%. De algehele belasting in de BV (VPB + box 2) is minimaal 38,85%. Je betaalt uiteindelijk dus 9,71% belasting.

De afweging tussen beleggen in de BV en privé

Zoals je ziet is er veel om rekening mee te houden. Als je geld al in de BV zit, ligt het voor de hand om in de BV te gaan beleggen.

Als je in privé nog onder het heffingsvrije vermogen zit, kan het aantrekkelijk zijn om via een lening vanuit de BV in box 3 te gaan beleggen. Je betaalt in box 3 geen belasting, maar verliezen zijn ook niet verrekenbaar.

Beleggen in box 3 heeft het voordeel dat je nooit méér betaalt dan 2,16% over de beleggingen. Als je sterke koersstijgingen verwacht, kan dit voordelen bieden. Ook kun je bij tegenvallende resultaten een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Er liggen veel kansen. Om die reden kijken wij altijd naar het totaalplaatje. Wij kunnen voor jou een vermogensstrategie op maat maken. Wil je hier meer over weten? Plan hieronder een kennismaking!