Voor veel ondernemers is vennootschapsbelasting één van de grootste jaarlijkse kostenposten.
Toch zie ik in de praktijk dat er vaak onnodig te veel wordt betaald. Niet omdat ondernemers iets verkeerd doen, maar omdat fiscale keuzes meestal pas worden gemaakt bij het opstellen van de jaarrekening. De echte winst zit juist in wat je gedurende het jaar al kunt sturen.
In dit artikel vind je een praktisch en actueel overzicht van 16 concrete manieren om vennootschapsbelasting te besparen. Geen theorie, maar aandachtspunten die je direct kunt vertalen naar je eigen BV-structuur.
Als uitgangspunt gelden de huidige tarieven volgens de Belastingdienst voor 2026: 19% over de eerste € 200.000 winst en 25,8% over het meerdere.
Eerst dit: zorg voor een sterke fiscale structuur en administratie
Een goede administratie is geen formaliteit, maar een randvoorwaarde om:
- aftrekposten veilig te benutten
- fiscale regelingen te kunnen onderbouwen
- discussies bij controles te voorkomen
Zonder goede vastlegging vallen veel optimalisaties simpelweg weg.
1. Maximaliseer je aftrekbare bedrijfskosten
Veel ondernemers laten hier structureel geld liggen.
Niet alleen bij kantoorkosten, maar ook bij:
- opleidingen en coaching
- vakliteratuur en lidmaatschappen
- netwerkbijeenkomsten
- software en abonnementen
- (deels) thuiswerkkosten
Voorwaarde is wel dat de uitgaven zakelijk zijn én goed zijn vastgelegd.
Meer informatie kun je vinden in deze gids.
2. Gebruik de KIA strategisch bij investeringen
Via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek krijg je een extra aftrek bovenop je afschrijving. Hiervoor moet je in een kalenderjaar meer dan € 2.900 investeren. Ook moet de aanschafprijs per investering minimaal € 450 zijn.
Het echte voordeel ontstaat wanneer je:
- investeringen clustert
- het moment van aanschaf slim plant
Timing maakt hier letterlijk het verschil.
3. Stuur actief op afschrijvingen
Afschrijven is een fiscale knop waaraan je kunt draaien.
Door het tempo van afschrijven af te stemmen op je winstontwikkeling:
- verlaag je de belastingdruk in piekjaren
- spreid je winst over meerdere jaren
4. Zet verliescompensatie strategisch in
Verliezen kun je:
- verrekenen met de winst van één jaar terug
- onbeperkt meenemen naar toekomstige jaren
Maar belangrijker:
niet altijd is het optimaal om verliezen direct volledig te benutten.
Bij sterk wisselende winsten kan spreiding fiscaal gunstiger zijn.
5. Optimaliseer de loon-winstverhouding als DGA
De keuze tussen salaris en dividend blijft een belangrijke fiscale hefboom.
In de praktijk werkt vaak het best:
- een zakelijk salaris
- aangevuld met dividend
De optimale verhouding verschilt per jaar en per persoonlijke situatie.
6. Maak gebruik van innovatie- en duurzaamheidsregelingen
Denk onder meer aan:
- WBSO voor R&D
- de innovatiebox
- de EIA voor energiezuinige investeringen
Deze regelingen zijn vaak te combineren met andere aftrekken, zoals de KIA.
Juist in die combinatie zit extra voordeel.
7. Plan de timing van inkomsten en uitgaven
Door bewust te plannen wanneer omzet en kosten vallen:
- beïnvloed je in welk jaar de winst wordt belast
- kun je beter uitkomen in de tariefschijven
Let op: keuzes moeten altijd economisch verdedigbaar blijven.
8. Gebruik een holdingstructuur waar dat echt waarde toevoegt
Een holding is vooral interessant voor:
- winstreservering
- vermogensopbouw
- verkoop of bedrijfsopvolging
Je bespaart niet altijd direct belasting, maar je creëert vaak wel uitstel van heffing en meer regie over je vermogen.
9. Spreid activiteiten over meerdere BV’s
Maak je meer dan € 200.000 winst?
Dan kan het onder voorwaarden interessant zijn om activiteiten over meerdere BV’s te spreiden, zodat meerdere malen het lage VPB-tarief wordt benut.
Dit vraagt wel om een zuivere juridische en zakelijke inrichting.
10. Vorm tijdig fiscale voorzieningen
Je mag onder voorwaarden voorzieningen vormen voor toekomstige verplichtingen, zoals:
- groot onderhoud
- reorganisatiekosten
- langlopende claims of garanties
Door een voorziening te vormen verlaag je nu je fiscale winst, terwijl de uitgave pas later komt.
Dit is vooral interessant in jaren met een hoge winst.
11. Maak gebruik van de herinvesteringsreserve (HIR)
Verkoop je een bedrijfsmiddel met boekwinst en wil je opnieuw investeren?
Dan kun je die boekwinst onder voorwaarden parkeren in een herinvesteringsreserve.
Gevolg:
je stelt belastingheffing uit totdat je daadwerkelijk herinvesteert.
Dit is een krachtig instrument bij onder meer:
- vervanging van machines
- bedrijfspanden
- bedrijfsmiddelen bij groei
12. Overweeg een fiscale eenheid voor de VPB – of juist niet
Heb je meerdere BV’s?
Dan kan een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting interessant zijn. Hierdoor:
- worden winsten en verliezen direct met elkaar verrekend
- hoef je niet te wachten op toekomstige verliesverrekening
Dit is met name relevant bij:
- een holding met meerdere werkmaatschappijen
- nieuwe activiteiten naast een bestaande winstgevende BV
Heb je meerdere winstgevende bedrijven en komt de winst gezamenlijk boven de € 200.000? Dan is een fiscale eenheid weer niet handig.
Let op: een fiscale eenheid heeft ook civielrechtelijke en aansprakelijkheidsgevolgen.

13. Maak slim gebruik van MIA en Vamil bij milieuvriendelijke investeringen
Naast de EIA bestaan er nog twee krachtige regelingen:
- Milieu-investeringsaftrek (MIA)
- Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil)
Hiermee kun je:
- extra aftrek krijgen op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen
- én versneld afschrijven
Dat verlaagt je fiscale winst in de eerste jaren aanzienlijk.
Deze regelingen worden vaak vergeten bij:
- nieuwe machines
- logistieke investeringen
- productielijnen
- installaties
14. Optimaliseer je financieringsstructuur (eigen vermogen vs. vreemd vermogen)
De manier waarop je je onderneming financiert, heeft direct invloed op je VPB.
Rente op leningen is in principe aftrekbaar.
Dividend op eigen vermogen niet.
Maar:
- de renteaftrek is niet onbeperkt
- een te hoge schuldpositie kan juist aftrek beperken
Door je financieringsmix periodiek te herijken kun je structureel belasting besparen, zonder extra risico te nemen.
Dit speelt vooral bij:
- groei
- vastgoed in de BV
- overnames
- herfinancieringen
15. Vorm een voorziening voor dubieuze debiteuren of incourante vorderingen
Openstaande vorderingen worden vaak te optimistisch op de balans gehouden.
Als er een reëel risico bestaat dat een debiteur niet (volledig) betaalt, mag je een fiscale voorziening vormen voor oninbaarheid.
Gevolg:
- lagere winst
- dus lagere VPB
16. Optimaliseer je voorraadwaardering
Heb je voorraden op de balans?
Dan mag je fiscaal waarderen tegen de laagste van: kostprijs of marktwaarde.
Bij:
- verouderde voorraad
- langzaam roterende artikelen
- incourante onderdelen
kan een afwaardering fiscaal toegestaan zijn.
Gevolg:
- lagere voorraad op de balans
- lagere winst
- lagere VPB
Een klein technisch punt – maar met groot effect bij handels- en productiebedrijven.
Samenvattend
Vennootschapsbelasting besparen gaat zelden over één slimme regeling.
Het echte verschil ontstaat wanneer je:
- investeringen,
- structuur,
- financiering,
- balansposten
- en je positie als DGA
in samenhang bekijkt.
Juist die integrale benadering en het periodiek bijsturen maken het verschil. Het bepaalt of je structureel te veel VPB betaalt… of je fiscale positie echt onder controle hebt.
Ben je klaar met te veel belasting betalen? Wil je aan de slag met een financieel en fiscaal geoptimaliseerd plan voor jouw toekomst? Plan hieronder een vrijblijvende kennismaking.
