Bouw je vermogen op in je BV? Dan staat er een hek om je vermogen. Wil je het geld eruit halen? Dan moet je langs de kassa. Minimaal 24,5% box 2 belasting betalen. Verkoop je je BV? Of kom je te overlijden? Dan mag er in het ergste geval 31% afgetikt worden over de waarde van je bedrijf. In sommige gevallen loopt de totale belasting zelfs op tot 42,67%.
Er lijkt geen ontkomen aan. Toch zijn er genoeg manieren om de schade te beperken. In dit artikel ga ik dieper in op:
- Wat de box 2 heffing precies inhoudt
- Wat er gebeurt bij overlijden van de DGA-ondernemer
- Praktische strategieën om box 2 belasting te besparen
1. Box 2 in 2025: waarom het tarief niet het hele verhaal vertelt
Box 2 is de belasting die je betaalt over inkomen uit een aanmerkelijk belang (AB). Je hebt een aanmerkelijk belang als je 5% of meer van de aandelen bezit in een BV of NV.
Het gaat om de volgende inkomsten:
- Dividend dat je uit jouw eigen BV ontvangt
- Winst als je je aandelen verkoopt
- De fictieve winst bij overlijden (alsof je je aandelen verkoopt)
Nominale tarieven
In 2025 gelden twee tarieven in box 2:
- 24,5% over de eerste € 67.804 per belastingplichtige;
- 31% over het meerdere.
Dat lijkt overzichtelijk, maar de werkelijkheid is complexer. Sinds 2025 telt dividend namelijk ook mee voor de afbouw van de algemene heffingskorting. Daardoor ligt de effectieve belastingdruk vaak hoger dan je denkt.
Afbouw van heffingskortingen: de stille verhoging van box 2
Vanaf een verzamelinkomen hoger dan € 28.406 wordt de algemene heffingskorting afgebouwd:
- 6,337% (niet-AOW)
- 3,17% (AOW-gerechtigd)
Ben je AOW-gerechtigd? Dan kan ook de ouderenkorting (15% afbouw) geheel of deels verdwijnen. Dat werkt als een extra, verborgen belasting op dividend.
Box 2-inkomen “slaat” daardoor op drie plekken:
- het box 2-tarief zelf;
- het verlies aan algemene heffingskorting;
- (voor AOW’ers) het verlies aan ouderenkorting.
In extreme gevallen loopt de effectieve druk daardoor op tot:
- 30,837% bij niet-AOW’ers in het afbouwgebied;
- 42,67% bij AOW’ers die zowel algemene heffingskorting als ouderenkorting verliezen.
Fiscaal partnerschap: tweemaal de lage schijf… of juist niet?
Als fiscaal partners kun je box 2-inkomen onderling verdelen. Dat kan gunstig zijn, omdat je dan tweemaal de lage schijf benut. Maar je activeert óók tweemaal de afbouw van heffingskortingen.
Dat maakt toedelen niet altijd optimaal. Soms ben je zelfs beter uit als één partner direct in de 31%-schijf valt.
2. De box 2-claim bij overlijden: fictieve verkoop en directe heffing
Bij overlijden denken ondernemers vaak aan erfbelasting, maar minder bekend is de fictieve vervreemding in box 2: fiscaal wordt gedaan alsof je je aandelen verkoopt.
Dat betekent:
- Afrekenen in box 2 over de meerwaarde (werkelijke waarde – verkrijgingsprijs);
- 24,5% / 31% volgens de tarieven van 2025;
- De belasting wordt betaald door je erfgenamen, en drukt direct op de nalatenschap.
3. Doorschuifregeling (DSR): wel of niet mogelijk?
De belastingclaim hoeft niet altijd direct te worden afgerekend. Onder voorwaarden kun je de box 2-claim doorschuiven.
Alleen mogelijk bij een materiële onderneming
- Actieve BV → doorschuiven is onder voorwaarden mogelijk
- Passieve BV (beleggingen, kasgeld, vastgoed zonder onderneming) → niet mogelijk
Bij doorschuiven:
- erfgenamen nemen jouw verkrijgingsprijs over;
- de latente belasting wordt doorgeschoven naar de toekomst;
- in de nalatenschap mag 6,25% van de latente belastingclaim worden afgetrokken.
Niet doorschuiven (direct afrekenen)
Dan:
- wordt de volledige box 2-belasting direct verschuldigd;
- komt deze volledig in mindering op de nalatenschap;
- kunnen erfgenamen onbelast dividend uitkeren (tot het bedrag waarover is afgerekend) om liquiditeit te creëren.
4. Huwelijksgoederenrecht: grote invloed op de belastingdruk bij overlijden
Je huwelijksgoederenregime bepaalt over welk deel van de BV je moet afrekenen.
1. Algehele gemeenschap van goederen
- Jij en je partner zijn economisch ieder 50% eigenaar.
- Afrekening box 2 over 50% van de meerwaarde.
- Voor erfbelasting wordt 50% belast.
- De box 2-heffing over dat deel is aftrekbaar.
2. Huwelijkse voorwaarden zonder finaal verrekenbeding
- Je partner heeft géén aanspraak op de aandelen.
- Afrekening over 100% van de meerwaarde.
- Voor erfbelasting wordt 100% belast.
3. Huwelijkse voorwaarden met finaal verrekenbeding
- Werkt voor erfbelasting als gemeenschap van goederen, maar niet voor box 2.
- Afrekening over 100% van de meerwaarde (IB).
- Voor erfbelasting wordt slechts 50% belast.
5. Praktische strategieën om jouw box 2-claim te beperken
1. Jaarlijks vermogen uitkeren
- Benut het lage tarief;
- voorkom dat bij overlijden veel vermogen in de 31%-schijf valt.
2. Maak gebruik van de doorschuifregeling
- Met de doorschuifregeling kan je de box 2 claim op ondernemingsvermogen een hele generatie doorschuiven (belasting uitstellen). Je vindt hier meer informatie.
3. Juiste huwelijksgoederenregeling
- Gemeenschap van goederen kan afrekening spreiden over twee overlijdensmomenten.
4. Liquiditeit organiseren
Zorg dat erfgenamen de belasting kunnen betalen zonder gedwongen verkopen:
- liquiditeitsbuffers in de BV;
- overlijdensrisicoverzekering;
- doordacht dividendbeleid.
5. Voorkom kasgeld-BV’s als je wilt doorschuiven
Zorg dat het ondernemingskarakter behouden blijft zodat de doorschuifregeling (DSR) mogelijk blijft.
Conclusie: Box 2 is méér dan een tarief: het is een vermogensvraagstuk
Voor jou als DGA-ondernemer is box 2 sinds 2025 niet alleen ingewikkelder, maar ook verraderlijker: dividend raakt je heffingskortingen, overlijden leidt tot verplichte afrekening, en je huwelijksgoederenregime bepaalt of je over 50% of 100% moet afrekenen.
Een optimale strategie vraagt om:
- goede timing van uitkeringen;
- slim gebruik van fiscaal partnerschap;
- inzicht in jouw werkelijke marginale druk;
- tijdige planning van de box 2-claim bij overlijden.
Met een doordachte aanpak kun je voorkomen dat je erfgenamen een groot deel van de waarde kwijtraken aan de fiscus . Het zorg je voor rust, overzicht en maximale grip op je vermogen.
