Even wat geld van je BV lenen voor een vakantiehuis, een nieuwe auto of een mooie reis. Voor veel ondernemers is het de normaalste zaak van de wereld. Het geld staat er toch, en zolang je onder de € 500.000 blijft, betaal je er geen belasting over.
Daar wil het kabinet de komende jaren verandering in brengen. In een brief aan de Tweede Kamer van 29 september staat dat de leengrens vanaf 2027 stap voor stap omlaag gaat, tot € 100.000 in 2031. Alles daarboven wordt belast alsof je het als dividend hebt ontvangen, terwijl de schuld aan je BV gewoon blijft staan.
De lagere leengrens is onderdeel van een groter pakket fiscale maatregelen. De aanleiding is box 3: het kabinet wil sneller overstappen op een belasting over je echte winst. Dat kost geld, en de rekening wordt voor een groot deel bij DGA’s neergelegd. Tegelijk zit er ook een kans in, want grotere dividenduitkeringen worden vier jaar lang goedkoper.
In dit artikel zet ik op een rij wat er voor jou als DGA verandert, wat het je in euro’s kan kosten en welke keuzes je nu al kunt voorbereiden.
Let op: deze plannen zijn nog niet definitief. Alles kan nog veranderen.
1. Lenen van je BV: de grens gaat in vijf stappen naar € 100.000
Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen. Heb je op 31 december samen met je fiscale partner meer dan € 500.000 schuld aan je eigen BV, dan wordt het deel daarboven belast in box 2. De Belastingdienst doet dan alsof je dat bedrag als dividend hebt ontvangen. Schulden voor je eigen woning tellen onder voorwaarden niet mee, en dat blijft ook zo.
Het kabinet wil de grens vanaf 2027 elk jaar met € 80.000 verlagen, tot € 100.000 in 2031. Dat is geleidelijker dan de eerste berichten deden vermoeden, maar uiteindelijk gaat de grens wel naar een vijfde van het huidige bedrag. Ter vergelijking: toen de grens eerder van € 700.000 naar € 500.000 ging, gebeurde dat in één keer.
| Peildatum | Maximale schuld aan je BV (exclusief eigen woning) |
|---|---|
| 31 december 2026 | € 500.000 |
| 31 december 2027 | € 420.000 |
| 31 december 2028 | € 340.000 |
| 31 december 2029 | € 260.000 |
| 31 december 2030 | € 180.000 |
| 31 december 2031 | € 100.000 |
De regeling raakt dus niet alleen DGA’s met een grote rekening-courant. Ook een schuld van € 200.000 of € 300.000, die nu ruim onder de grens zit, komt de komende jaren boven de lat te liggen. Denk aan geld dat je hebt geleend voor privébeleggingen, een tweede woning, een verbouwing of een auto.
2. Dividend wordt tijdelijk goedkoper, maar niet voor iedereen
Keer je dividend uit je BV uit, dan betaal je box 2-belasting. Over het eerste deel is dat 24,5% en daarboven 31%. Het kabinet wil het hoge tarief in de jaren 2027 tot en met 2030 verlagen naar 29,2%. Het lage tarief van 24,5% blijft gelijk, en vanaf 2031 gaat het hoge tarief terug naar 31%.
De reden is vooral budgettair. Veel DGA’s laten hun winst in de BV staan, en de schatkist ziet daar pas belasting van als het wordt uitgekeerd. Met een tijdelijk lager tarief wil het kabinet dat moment naar voren halen. In de brief staat het letterlijk: het kabinet wil ondernemers stimuleren om ‘vastzittend vermogen’ tegen een lager tarief uit de onderneming te halen.
Wat scheelt het? Dat hangt af van hoeveel je uitkeert. De verlaging geldt alleen voor het hoge tarief. Over de eerste € 69.607 aan box 2-inkomen betaal je in 2027 gewoon 24,5%, net als nu. Met een fiscale partner loopt die eerste schijf samen tot € 139.214.
Veel DGA’s keren bewust niet meer uit dan de eerste schijf, zodat ze nooit het hoge tarief betalen. Doe jij dat ook, dan levert deze maatregel je niets op. Een jaarlijks dividend van € 60.000 kost je in 2027 precies evenveel belasting als nu.
Het voordeel zit bij grotere bedragen. Over elk deel boven de schijfgrens betaal je 1,8 procentpunt minder, ofwel € 1.800 per € 100.000. Keer je in 2027 € 500.000 uit, dan valt ruim € 430.000 in het hoge tarief en scheelt het je ongeveer € 7.700. Voor dat deel houd je van € 100 winst in je BV na 19% vennootschapsbelasting en 29,2% box 2 nog € 57,35 over, tegenover € 55,89 bij 31%.
De maatregel is dus vooral bedoeld voor DGA’s met veel winstreserves, een grote rekening-courantschuld of een verkoop op komst. Juist zij hebben een reden om in één keer een groot bedrag uit de BV te halen.
Het lagere tarief geldt niet alleen voor dividend. Ook de winst bij verkoop van je aandelen valt in box 2. Overweeg je de komende jaren je bedrijf of je holding te verkopen, dan kan de timing van die verkoop dus ook een paar procent schelen.
3. Zo hangen de twee maatregelen samen
Leg je de lagere leengrens en het lagere dividendtarief naast elkaar, dan zie je wat het kabinet van je vraagt: los je schuld aan de BV af met dividend, en doe dat in de jaren 2027 tot en met 2030. Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom dat voor veel DGA’s de moeite waard is om door te rekenen.
Rekenvoorbeeld. Je hebt een rekening-courantschuld van € 300.000 aan je BV, zonder eigenwoningdeel. Je doet niets en de schuld blijft gelijk. Voor het gemak ga ik ervan uit dat je eerste schijf in box 2 al door andere uitkeringen is benut, zodat alles in het hoge tarief valt. Wat in een eerder jaar al als dividend is belast, telt niet opnieuw mee.
| Peildatum | Grens | Bedrag boven de grens | Waarvan dit jaar belast | Tarief | Belasting |
|---|---|---|---|---|---|
| 31-12-2027 | € 420.000 | € 0 | € 0 | 29,2% | € 0 |
| 31-12-2028 | € 340.000 | € 0 | € 0 | 29,2% | € 0 |
| 31-12-2029 | € 260.000 | € 40.000 | € 40.000 | 29,2% | € 11.680 |
| 31-12-2030 | € 180.000 | € 120.000 | € 80.000 | 29,2% | € 23.360 |
| 31-12-2031 | € 100.000 | € 200.000 | € 80.000 | 31% | € 24.800 |
| Totaal | € 200.000 | € 59.840 |
Niets doen kost je in dit voorbeeld bijna € 60.000 aan belasting. En het belangrijkste: je schuld aan de BV van € 300.000 staat daarna gewoon nog open. De fictieve uitdeling is een belastingheffing, geen aflossing.
Los je diezelfde € 200.000 in de jaren 2027 tot en met 2030 af met dividend, dan moet je rekening houden met de belasting over die uitkering. Om netto € 200.000 af te kunnen lossen, keer je bruto ongeveer € 282.500 uit. Bij een tarief van 29,2% betaal je daarover zo’n € 82.500 belasting.
Dat is meer dan de € 59.840 die je kwijt bent als je niets doet. Het verschil zit in wat je ervoor terugkrijgt. Met de dividendroute is je schuld aan de BV met € 200.000 gedaald. Doe je niets, dan betaal je bijna € 60.000 belasting en staat die € 200.000 schuld nog steeds open. Los je die later alsnog af met dividend, dan betaal je daar opnieuw belasting over.
Dividend is niet de enige route. Je kunt de schuld ook herfinancieren bij een bank of aflossen uit privévermogen. Welke route het beste uitpakt, hangt af van je liquiditeit in de BV, de rente die je betaalt en wat je met je vermogen van plan bent.
4. Box 3: wat er verandert voor je privévermogen
Geld dat je uit je BV haalt, komt privé in box 3 terecht. Daarom is het goed om ook te weten wat daar verandert. Het kabinet kiest voor een vermogenswinstbelasting: vanaf 2028 betaal je over aandelen, obligaties en opties pas belasting over de winst als je verkoopt. Daarmee valt volgens het kabinet ongeveer 90% van het vermogen met waardeontwikkeling onder dit systeem. Voor vastgoed in privé stond die vermogenswinstbelasting per 2028 al in het oorspronkelijke wetsvoorstel. Vanaf 2030 volgen de overige bezittingen in box 3, zoals spaargeld en crypto.
De overstap wordt betaald met een paar maatregelen die je direct merkt:
- Heffingsvrij vermogen bijna gehalveerd. In 2027 daalt het van € 59.357 naar € 30.846 per persoon. Fiscale partners leveren samen dus ruim € 57.000 aan vrijstelling in.
- Hoger forfait voor overige bezittingen. Het forfaitaire rendement op bijvoorbeeld vastgoed in privé stijgt in 2027 van 6,37% naar 7,87%.
- Lager heffingsvrij resultaat vanaf 2028. In het nieuwe stelsel mag je per persoon € 1.000 rendement belastingvrij ontvangen, in plaats van de eerder voorgestelde € 1.800.
Een praktisch aandachtspunt: bij een vermogenswinstbelasting moet je bijhouden voor welke prijs je je beleggingen hebt gekocht. Banken kunnen die gegevens over 2028 nog niet aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Zorg dus dat je aankoopprijzen vanaf nu goed vastliggen.
Voor veel DGA’s verandert hierdoor ook de vraag of je beter in je BV of privé kunt beleggen. Privé betaal je straks pas belasting bij verkoop, en geld uit de BV halen wordt tijdelijk goedkoper. Tegelijk wordt de vrijstelling in box 3 kleiner. Voor de één wordt privé beleggen daardoor interessanter, voor de ander blijft de BV de betere plek.
5. Wat kun je nu al doen?
De plannen gaan pas in 2027 in, maar veel keuzes vragen om voorbereiding. Dit zijn de stappen die ik met DGA’s doorloop.
- Breng je schuld aan de BV in kaart. Tel je eigen schuld en die van je partner bij elkaar op en kijk welk deel onder de eigenwoningregeling valt. Zet daarna per peildatum uit in welk jaar je boven de nieuwe grens komt.
- Maak een afbouwplan. Bepaal hoeveel je wilt aflossen, in welk jaar en met welk geld: dividend in de jaren met het lagere tarief, herfinanciering bij een bank of privévermogen. Neem ook mee of de BV voldoende liquide middelen heeft om dividend uit te keren.
- Kijk opnieuw naar de timing van dividend. Keer je jaarlijks niet meer uit dan de eerste schijf, dan verandert er voor jou niets. Stond er een grote uitkering gepland voor 2026? Dan kan het lonen om die door te schuiven naar 2027, als de plannen worden aangenomen. Heb je veel winstreserves in je BV, dan kan het venster van vier jaar ook een kans zijn om een deel tegen een lager tarief uit te keren.
- Reken je box 3-positie door. Met een lagere vrijstelling en een hoger forfait voor vastgoed kan je belasting in 2027 flink stijgen. Bekijk of je vermogen nog op de juiste plek staat: privé, in de BV of verdeeld.
- Leg je aankoopprijzen vast. Voor de vermogenswinstbelasting heb je straks de historische aankoopprijs van je beleggingen nodig. Hoe eerder je dat op orde hebt, hoe minder gedoe in 2029, als je de eerste aangifte doet.
Geld uitkeren is alleen verstandig als het past in je totale plan. Wat je uit de BV haalt, valt privé in box 3, en wat je in de BV laat staan, kan later nog een rol spelen bij je pensioen, een verkoop of de overdracht aan je kinderen.
Hoe zeker zijn deze plannen?
Alles in dit artikel zijn voorstellen, nog geen wet. De wijzigingen voor box 3 staan in een novelle, een aanpassing van het wetsvoorstel dat al bij de Eerste Kamer lag. Die novelle is op 2 oktober voor spoedadvies naar de Raad van State gestuurd. De Tweede Kamer stemt naar verwachting op 12 november over het Belastingplan 2027, en de Eerste Kamer moet de novelle voor 31 december aannemen om de invoering in 2028 haalbaar te houden.
Tarieven, bedragen en ingangsdata kunnen in die behandeling dus nog veranderen. Over de financiering is in beide Kamers al kritiek. Zodra er meer duidelijk is, werk ik dit artikel bij.
Conclusie
Voor DGA’s is dit pakket een mix van een stok en een wortel. De ruimte om van je BV te lenen wordt stap voor stap kleiner, je privévermogen in box 3 wordt zwaarder belast en tegelijk wordt het vier jaar lang goedkoper om grotere bedragen uit je BV te halen. Wie niets doet, loopt het risico dat een deel van de schuld aan de BV als dividend wordt belast, terwijl de schuld zelf blijft staan.
De maatregelen werken op elkaar in. Een keuze in box 2 heeft gevolgen voor box 3, en andersom. Daarom kies ik altijd voor een integrale aanpak, waarbij jij als DGA het vertrekpunt bent. Door alle aspecten mee te nemen, kun je de juiste afweging maken.
Wil je weten wat de kabinetsplannen voor jouw situatie betekenen? Plan hieronder een vrijblijvende kennismaking.
